Actieprogramma Luchtkwaliteit
Onder de paraplu van het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) hebben overheden gebiedsgerichte actieprogramma's opgesteld, waarin zij aangeven hoe zij de luchtkwaliteit op bepaalde gebieden aanpakken. Ruimtelijke plannen van gemeenten kunnen een negatief effect hebben op de luchtkwaliteit en deze effecten moeten gecompenseerd worden. Dit is beschreven in een actieprogramma luchtkwaliteit.
Er zijn binnen het NSL op drie niveaus actieprogramma's ontwikkeld: op regionaal niveau, op provinciaal niveau en op rijksniveau. De actieprogramma's bevatten een inventarisatie van de huidige knelpunten en de benodigde maatregelen, inclusief de bijbehorende kosten om de knelpunten op te lossen. Verder wordt aangegeven welke maatregelen tot en met 2011 met de thans beschikbare middelen genomen worden en welke knelpunten hiermee worden opgelost. Het NSL omvat daarmee een samenhangend pakket van maatregelen op het niveau van het rijk, de provincie, de regio's en gemeenten, dat een dusdanig gunstig effect op de luchtkwaliteit heeft dat het negatieve effect van ruimtelijke plannen wordt gecompenseerd. Het NSL is op 1 augustus 2009 in werking getreden.
Vanaf 2010 wordt jaarlijks een monitoring uitgevoerd van de voortgang van IBM projecten en maatregelen in het NSL. In 2009 heeft de milieudienst al deelgenomen aan een pilot voor de monitoring.
Actieprogramma Luchtkwaliteit Midden-Holland
Voor de regio Midden-Holland is een Actieprogramma Luchtkwaliteit opgesteld.
U kunt hier het Actieprogramma Luchtkwaliteit voor de regio Midden-Holland (pdf 625 kb) downloaden.
Ruimtelijke plannen die hierin zijn opgenomen hoeven niet meer strikt getoetst te worden aan de Wet luchtkwaliteit'. Het gaat hierbij om projecten die 'in betekenende mate (IBM)' bijdragen aan de luchtkwaliteit.
Naast specifieke maatregelen voor het oplossen van (bijna) knelpunten wordt in het Actieprogramma ook aandacht besteed aan generieke maatregelen om de luchtkwaliteit in het algemeen te verbeteren. Twee belangrijke speerpunten zijn het stimuleren van het rijden op aardgas en Het Nieuwe Rijden.




