Bedrijven en milieuzonering
Wanneer ruimtelijke ontwikkelingen in de directe omgeving van inrichtingen en/of bedrijventerreinen worden gerealiseerd, zal in het kader van een milieukundig onderzoek aandacht worden besteed aan mogelijke beperkingen ten gevolge van de aanwezige inrichtingen. Maar ook andersom wordt aandacht besteed aan de rechten van de aanwezige bedrijven. Het is immers niet de bedoeling dat nieuwe ontwikkelingen de huidige bedrijfsvoering zullen beperken.
Via de milieuwetgeving wordt milieuhinder zoveel mogelijk voorkomen. Alle bedrijven en instellingen die in potentie hinder zouden kunnen veroorzaken, moeten een vergunning hebben in het kader van de Wet Milieubeheer. In aanvulling op de milieuvergunningen worden er in voorkomende gevallen ook minimale afstanden vastgelegd tussen woonbuurten (woningen) en bedrijven. Deze afstanden zijn behalve van de factoren aard en omvang van het bedrijf mede afhankelijk van de omgeving. Voor een rustige woonomgeving gelden andere afstanden (strengere eisen) dan voor bijvoorbeeld drukke woonwijken, gemengde gebieden of landelijke gebieden.
Voor het vaststellen van zulke afstanden worden de lijsten zoals opgenomen in de publicatie Bedrijven en milieuzonering (2009) van de VNG (Vereniging van Nederlandse Gemeenten) gebruikt. Daarbij wordt o.a. gekeken naar de milieuaspecten Geur, stof, geluid en gevaar en zo nodig naar het risico op bodem- of luchtverontreiniging. Bedrijven zijn in de VNG-publicatie ingedeeld in een vijftal categorieën met bijbehorende gewenste afstand tot milieugevoelige functies. De categorieën geven de zwaarte van bedrijvigheid en mogelijke milieuhinder weer. Van de afstanden kan gemotiveerd afgeweken worden.
Geur
Geur vormt een specifiek hinderaspect, waarbij de 'geur-contour' de gewenste afstand aangeeft. Daarbij dient onderscheid te worden gemaakt tussen agrarische bedrijven en industriële bedrijven.
Agrarische bedrijven
Bij agrarische bedrijven wordt de geurcontour bepaald door de soort dieren die worden gehouden. Bij melkrundvee dient een ruimtelijke scheiding te worden aangehouden van 50 of 100 meter al naar gelang het karakter van het gebied. Bij intensieve veeteelt geldt een geurcontour die wordt berekend op basis van een verspreidingsmodel. De milieudienst stelt op basis van de bedrijfsgegevens (bestaande rechten) vast hoe groot de geurcontour is.
Op basis van de Wet geurhinder en veehouderij hebben enkele gemeenten binnen het ISMH een geurverordening vastgesteld met afwijkende vaste afstanden (25 en 50 meter). Tevens dient de Wet geurhinder en veehouderijen te worden getoetst bij de "omgekeerde" omstandigheden, ofwel bij realisatie van geurgevoelige bestemmingen (woningen) nabij agrarische bedrijven.
Industriële bedrijven
Voor industriële activiteiten wordt geurhinder geregeld in de NeR (Nederlandse emissie Richtlijnen). In de milieuvergunningen van geurrelevante bedrijven wordt op basis van de NeR een aanvaardbaar geurhinder niveau vastgesteld. Hierbij kunnen geurcontouren (ver) buiten de grens van het bedrijf zijn gelegen. Door het realiseren van geurgevoelige bestemmingen binnen deze geurcontouren worden bedrijven in hun bedrijfsvoering beperkt. Toekomstige bewoners zullen geurhinder kunnen ondervinden. In het kader van een goede ruimtelijke ordening dient vooraf hiernaar onderzoek te worden gedaan. De NeR geldt hierbij als uitgangspunt.
Omdat de deskundigheid voor Bedrijven en Milieuzonering is ondergebracht bij de vakgroep ROM kunt u voor meer informatie over dit onderwerp contact opnemen met de vakgroep ROM.



